|

|
| Hier kan veel, maar
niet alles |
| |
| Wanda Reisel werpt
een mooi genuanceerde blik op de jaren zeventig |
| |
| Donderdag 4 september
2008 door Arjen Fortuin |
| |
 |
| Liftende meisjes in
Nieuw-Zeeland in 2006 - Foto Wikimedia Commons |
|
De hoofdpersoon uit Wanda Reisels nieuwe roman
is een afwachtend meisje in een wereld op hol. Haar isolement heeft
gevolgen voor het boek. Wanda Reisel: Die zomer. Querido, 216 blz. €
18,95
|
|
|
 |
Alle mensen verlangen
naar vrijheid, maar sommige mensen hebben meer talent voor vrijheid dan
anderen. Dana Davidson, de hoofdpersoon uit Die zomer, de nieuwe roman van
Wanda Reisel, staat in juli 1970 in de startblokken om de grootsheid van de
vrijheid te ervaren, om het leven en de liefde te veroveren. Ze is zeventien,
heeft geproefd van de lichamen van schoolgenoten en docenten en gaat met een
vriendin liftend naar Parijs. Haar vader, psychiater van beroep, heeft zijn
minderjarige dochter een briefje meegegeven waarin hij haar toestemming
geeft alleen te reizen – voor het geval de autoriteiten moeilijk gaan doen.
|
| llustratie Peter van Dongen |
| |
| De kans dat Dana als
maagd zal terugkeren is klein, al is het maar door het voorbeeld van haar
reisgenote: ‘Op haar dertiende had Tessa al gehoord dat neuken lekker was,
en dus neukte ze op haar dertiende, puur voor de kick en uit een eerzuchtige
drang om dat lichaam van haar van binnen en van buiten te exploreren.’ Tessa
ziet het helemaal in orde komen met haar vriendin: ‘jij bent een rokend
intellectueleke uit een intellectuelenfamilie! Maar jij gaat straks als we
in Parijs zijn Jean-Paul pijpen, snap je?’ |
| |
| Zelf grijpt Tessa de
eerste de beste pokdalige Karim die ze tegenkomen. Voor Dana ligt het minder
eenvoudig. Ze raakt niet opgewonden van de kompaan van Karim, en voelt de
daadkracht van haar vriendin als verraad. Dus volgt er wraak: ze neemt de
trein terug naar Amsterdam, een paar uur nadat ze ook op een andere manier
is gevlucht. In een Parijse straat ziet ze een man met een honkbalknuppel op
een ander inslaan. Ze weet dat ze iets moet doen, zich om het levenloze
slachtoffer bekommeren, de politie halen, maar dat doet ze niet: ze rent
naar de metro en vreet zich op van spijt. |
| |
| Terug in het amper
bewoonde ouderlijk huis aan het Vondelpark (moeder in Israël met broertjes,
vader aan de rol met een zekere Nicolette) gaat Dana’s zomer verder met
ontspanning en verleiding, maar bevrijdend wil het allemaal niet worden. Dat
heeft veel met Dana zelf te maken. Zoals ze tot hilariteit van haar vrienden
op een feestje bij haar thuis zegt: ‘Jongens, hier kan veel, maar niet alles |
| |
| Dat lijkt geen
revolutionaire gedachte, maar in een gemeenschap die zich juist in het hoofd
had gehaald dat wél alles kon en moest, tekent het het isolement van Dana.
Vooral ook omdat het niet alleen de andere zeventienjarigen zijn die het in
de bol hebben: haar ouders zijn al even druk met het ontdekken van hun
vrijheid, de huisarts blijkt een zak en haar leraren leggen initiatieven aan
de dag die met de huidige inzichten in jeugdpsychologie weinig vleiend
beoordeeld zouden worden. |
| |
| Er zit ook een zekere
schaamte in haar karakter: ‘Hoewel er genoeg mensen om haar heen zijn, is er
niemand met wie Dana allerlei vragen waar ze over nadenkt kan bespreken. Ze
wil haar gedachten ook helemaal niet delen. Zodra je je ergens over
uitspreekt gaat iemand anders zich met jouw gedachten bemoeien, geeft er een
draai aan die jij niet wilt, en voor je het weet ligt de ander om jou met je
zogenaamde diepgang te rollen van het lachen.’ |
| |
| In die tegenstelling
tussen een nieuwsgierig, maar geremd meisje en een wereld op hol zit de kern
van Reisels roman, een thema dat ze zorgvuldig en genuanceerd heeft
uitgewerkt. Want Die zomer is even weinig een idealisering van de seksuele
revolutie als een afrekening ermee. Reisel toont hoe Dana lijdt onder haar
onvermogen haar vrijheid te nemen, maar ze laat even onbarmhartig zien hoe
de losbandige Tessa in de ellende belandt. En ze weet de lust van Dana (bijvoorbeeld
achterop de brommer van haar hitsige leraar) mooi op te roepen, net als haar
verbijstering wanneer dezelfde docent haar meeneemt naar een onnavolgbare
collectief-spirituele bevrijdingsorgie met massage-elementen. Het is een van
de momenten waarop Die zomer satirische elementen krijgt: ‘Het streven was
erop gericht om opheffing van de identiteit te verkrijgen door middel van
tantrische seks, drugs, meditatie, vage muziek en een hedonistisch leven,
geleid vanuit het ruggenmerg, dat een directe verbinding onderhield met de
oeroude hersenstam’. |
| |
| Precies de opheffing
van die identiteit is waar het uiteindelijk spaak loopt tussen Dana en haar
tijd, wat ook weer te maken heeft met de wijze waarop zij, waarop haar
familie, wortelt in de geschiedenis. ‘Vergetelheid is voor hen die niets te
verliezen hebben’, vindt haar vader. ‘De onderduik had hem het tegendeel
geleerd’. Dana wordt terloops ‘een heuse joodse prinses’ genoemd.
|
| |
| Zo is er – afgezien
van een nogal plotseling verkeersongeluk met comateuze gevolgen aan het eind
van de roman – weinig op Die zomer aan te merken. Misschien wel iets te
weinig. Ik las het met stijgende bewondering voor de schrijfster, maar ook
met een steeds sterkere indruk dat er iets ontbreekt aan deze roman, een
soort vitaliteit, een passie die in staat is je bij de lurven te grijpen.
Dat is opmerkelijk omdat Reisel bewezen heeft in staat te zijn een dergelijk
gevoel op te roepen. In haar voor de Libris Literatuurprijs genomineerde
Baby Storm (1996) vertelt ze het verhaal van een meisje dat veel met Dana
Davidson gemeen heeft, dat óók moeite heeft de wereld in haar leven toe te
laten. Maar dat boek wordt voortgestuwd door een intrinsieke boosheid die je
niet meer loslaat. |
| |
| Zo’n bindende kracht
ontbreekt aan Die zomer. Maar dat is ook wel weer te verklaren: een hardere
toon had niet goed gepast bij Dana Davidson, het meisje dat ‘als
zeventienjarige de hartenklop van haar eigen tijd niet wilde missen, maar ze
kon ook weer niet onvoorwaardelijk en blind op de langsrazende bus springen.’
Het onbedoelde gevolg daarvan is dat je als lezer tegenover dit boek komt te
staan zoals Dana Davidson tegenover haar tijd: het is aantrekkelijk en
interessant, maar ondanks alles niet verleidelijk genoeg |