Baby Storm

Fragment uit hoofdstuk Een

 

Het is eigenlijk een misselijk makende gedachte dat mensen in boeken altijd over de kleinzielige levens van anderen willen lezen, zodat hun eigen leven er voor even misschien iets minder miezerig uit zal zien.
Ik sloeg het boekje dat ik aan het lezen was dicht. Het was een lullig dun romannetje van iets dat zich graag schrijver wilde noemen.
Het laatste halfuur had er zich niemand gemeld. Ik vond dat alles, de balie, de centrale, het register en het bloemstuk, naar stront rook.
Ze hadden me op de receptie geplaatst. Met het grijze apparaat voor me moest ik de binnenkomende telefoongesprekken beantwoorden of naar de galeries doorschakelen. Galeries, daar bedoelden ze de winkeltjes beneden mee, in het souterrain van het hotel. Een parfumeriewinkeltje, een kappers- en manicurezaakje, het chocoladewinkeltje met de repen in Delfts blauwe wikkels, en de 'Stropshop' voor dassen waarmee je je op je dure hotelkamer beter kon opknopen zodat ze nooit meer wat van je zouden horen.
Achter de gele deur met het bordje 'Parlour' bevonden zich de sauna en de massagekamer. De manager had me snel een rondleiding gegeven. Hij rook naar after-shave en strijkgoed. Op de kaart die aan de balie hing wees hij de nummers aan die correspondeerden met de galeries. Hij tikte twee keer met een sleutel van zijn enorme bos op de marmeren balie en zei dat ik op moest nemen met 'Hotel Rezzidens Arkeet riesepsiun', en dat zo vrolijk mogelijk. Na een valse grijns gleed hij weg op z'n Gucci's. 'Riesepsiun', zo opgewekt mogelijk. Op z'n naamkaartje stond B. Petterson.
Er kwamen niet veel telefoontjes, alleen van een Amerikaanse die eerst een afspraak wilde bij de masseur en daarna bij de kapper. Wat doorverbinden betreft ook een hele uitdaging, want ik mocht de gast natuurlijk niet verliezen tussen twee verschillende verbindingen door, wat toch gebeurde en leidde tot een afschuwelijk gezoek naar het juiste kamernummer. Ik kreeg het er heet van maar pareerde gelukkig net op tijd een pijlsnel gelanceerde grijnslach van B. Petterson, die precies op dat moment met zijn sleutel langs de balie tikte. Ik gaf hem een vette knipoog, die hij in zijn glijloop ontweek. Weekdierig reptiel.
Ik stampte onder de balie en kreeg de Amerikaanse weer aan de lijn. Er gutste iets over m'n rug. Waarschijnlijk een druppel bloed.