|
ik, Lili en Martin: ze
zijn verliezers, maar ze blijven vitaal. Ze weten wat melancholie is,
maar ze zullen de moed niet gauw opgeven. Hun lied staat op de B-kant
van een levenssingletje, maar wie weet draait iemand de plaat om en dan
liggen zíj boven.
Voortdurend verhoudt de machteloosheid en de dadenloosheid van dit
bedienende drietal zich tot een andere wereld dan de hunne..... |
|
Premiere 19 september 2002 in
theater Bellevue in Amsterdam) Speciaal geschreven voor Dic van Duin, Marlies
Heuer en Ria Eimers
Uit de pers:
Hanna Bobkova in Het Financieele
Dagblad: "Theatrale magie bij De Omweg, Acteurs schitteren in De
zindering van Wanda Reisel"
Peter Liefhebber in de Telegraaf":
"Eigengereid, gevoelig stuk, uitstekend gespeeld door acteurs die 'het' samen
hebben, de juiste chemie zal ik maar zeggen" Wilfred Takken in
het NRC Handelsblad: "Bezworen wanhoop in gedroomde levens"
- Hein Janssen in de Volkskrant:
"Drie acteurs reciteren bizar bouwsel van taal"
|
|
Vik, Lili en Martin: ze zijn
verliezers, maar ze blijven vitaal. Ze weten wat melancholie is, maar ze
zullen de moed niet gauw opgeven. Hun lied staat op de B-kant van
levenssingletje, maar wie weet draait iemand de plaat nog om en dan liggen
zíj boven. Voortdurend verhoudt de machteloosheid en de dadenloosheid
van dit bedienende drietal zich tot een andere wereld dan de hunne. Er
is die nabije werkelijkheid van het feest, waar mensen zijn die willen
eten, drinken en dansen, mensen die iets te zeggen hebben al is het maar
dat ze hun jassenterugwillen. Daarnaast verhouden ze zich tot de
wereld van hun eigen, vermoedelijk goeddeels apocriefe verleden, die
helder oplichtende tijd, je nog kon boksen op Haïti, drugs gebruiken in
een warm ver land, of op Parijse zolderkamers onderdak bieden aan
droommooie terroristen... En dan is er het tot exotische fictie
gereduceerde Japan. Zijn ze er ooit geweest? Of komt het allemaal van de
taalcursus, van een paar films, een half uitgelezen roman en een
reisbureaufolder? Het doet er niet toe: waar het in De Zindering om
gaat, is dat er zoiets als een 'magisch alternatief' bestaat voor het
leven waarin je bekneld zit, als in een slecht passend kostuum dat iemand
anders voor je heeft uitgekozen. Iets anders, iets wonderlijkers. Een
dekmantel, zoals Vik ergens zegt, waarachter je de onverdraaglijke
grauwheid van het reële kunt verbergen.
Maar zoals de exhibitionist het toch niet laten kan die mantel open te slaan
en ons te laten zien wat we niet willen zien, zo komt ook bij hen de
schrale werkelijkheid steeds weer aan het licht. Onvermijdelijk. Het is
spannend hoe je langzaam iets te weten komt over wie ze blijkbaar zijn -
terwijl je tegelijk bij alles het idee houdt dat alles wat als waarheid
verkondigd wordt verzonnen kan zijn. Heeft die ene een kind? Is die man
ooit getrouwd geweest met de vrouw in de mintgroene jurk (en kwam hij
later toch 'de man van zijn leven' tegen?). Hoe het allemaal geweest
is doet er eigenlijk niet toe - waar het meer om gaat is dat Vik, Lili en
Martin voortdurend bezig zijn een waarheid te construeren. Radeloos als de
badgast die op het overvolle strand een gunstige plek moet zien uit te
kiezen om zijn zonne-uurtjes door te komen, zo zijn zij (en zo zijn wij)
in onze alledaagse wanhoop bezig een positietje te bepalen van waaruit we
de wereld kunnen aanzien en verdragen.
(Rob de Graaf, inleiding)
Tekstuitgave beschikbaar,
uitgave van International Theatre & Film
Books
NA DE WAARHEID KOMT DE LEUGEN
Het stuk wil illusies als noodzakelijke drijfveren voor het leven
behandelen, het zijn de illusies en de hersenschimmen die ons voortjagen,
het is onze fantasie die ons drijft, al kloppen de beelden niet altijd bij
de werkelijke omstandigheden en al doen de mensen niet altijd wat je wilt.
|