'Opgediepte vondsten'
blijken hechte familieband te hebben in Plattegrond van een jeugd van
Wanda Reisel
door Theo Hakkert
Huizen zijn dankbare decors voor romans. Ze geven de
schrijvers de kans een aantal zeer verschillende figuren op een klein
oppervlak bijeen te brengen. Het hogedrukketel-idee. Hoe reageert de een
op de ander, in de privésfeer bovendien. Legio voorbeelden. Hella Haasse
deed het in Huurders en onderhuurders. Vonne van der Meer in
Eilandgasten, waarbij de huurders ná elkaar in het vakantiehuisje
Duinroos aankwamen. Maar vooral Georges Perec deed het, onovertroffen,
in Het leven, een gebruiksaanwijzing.
In die roman zitten honderden verhalen verborgen, die
op een of andere manier allemaal samenhangen met een gebouw met negen
woonniveaus in Parijs, meer precies aan de Simon Crubelierstraat. Nog
preciezer: nummer 11.
Aan deze ontzagwekkende roman van Georges Perec doet
het nieuwe boek van Wanda Reisel sterk denken. Ook hier een groot gebouw
in een wereldstad, ook hier een precies adres: Van Eeghenstraat 100 in
Amsterdam en ook hier een groot aantal verhalen die allemaal, van heel
direct tot zeer indirect, met het huis te maken hebben.
Plattegrond van een jeugd, zo heet het. In Van
Eeghenstraat 100 heeft Wanda Reisel een flink deel van haar jongste
jeugd gewoond, in wat in de flaptekst ‘een anarcho-liberaal doktersgezin’
wordt genoemd. Aan elk van de zestien kamers op de vijf verdiepingen,
exclusief de liefst 26 vaste kasten maar inclusief kolenhok en
tuinprieel, heeft ze herinneringen of hangt ze anderszins verhalen op.
Juist dat laatste, de inzet van verbeelding, tilt het boek naar een
ander niveau. Dit is niet zo maar een persoonlijk boek vol herinneringen
aan slaapkamers en keukens; hier wordt ook zichtbaar hoe Reisels
schrijverschap is ontstaan en waar het uit voort is gevloeid. Niet voor
niets geeft ze een aantal malen specifiek aan welke situaties of
gedachten tot bepaalde titels uit haar oeuvre.
De lezer zou Wanda Reisel moeten kennen van romans als
Witte liefde, waarvoor ze werd bekroond met de Anna Bijns Prijs, Baby
Storm, Een man een man en Die zomer. Een flink deel hiervan heeft zijn
oorsprong gevonden in het huis van de Van Eeghenstraat.
Relativerend, om niet te zeggen komisch zelf, is het
gegeven dat de schrijfster voor een aantal verhalen in Plattegrond van
een jeugd gebruikt heeft gemaakt van werk dat al her en der was
gepubliceerd. Een wel zeer speciale manier om een aantal verspreide
verhalen in één band bijeen te brengen. Verhalen die los van het huis
zelfstandig genoeg bleken om een eigen leven te leiden, net als
uitgevlogen kinderen, maar voor deze gelegenheid terugkeren naar huis om
zich eens ouderwets door moeder te laten verwennen. Wanda Reisel
schrijft achterin: ‘Ik beschouw ze als opgediepte vondsten, die nu samen
een ander verhaal vertellen.’
Een genreaanduiding ontbreekt, omdat het boek alle
gangbare indelingen ontwijkt. Ontroerende, vervreemdende, komische,
kleine, fantastische, erotische en historische verhalen en hoofdstukken
wisselen elkaar af. Een deel is gedrukt op grijs papier, een deel op
wit.
Met het gebruik van verschillende perspectieven en
vertellers en het afwisselen van wat persoonlijke, autobiografische
anekdotes lijken met episodes die gaandeweg duidelijk fictief zijn, weet
ze te bewerkstelligen dat niets voor waar is aan te nemen. Reisel moet
onder haar handen haar autobiografie richting fictie hebben zien
afdwalen, zoals een auto zonder winterbanden zachtjes uit de baan kan
rollen zonder dat de remmen er invloed op hebben. Dit boek maakt
bovendien duidelijk – want andersom werkt het ook – dat veel van Reisels
romans verder teruggaan op haar eigen leven dan we dachten.
De schrijver zal niet rusten. Het ene verhaal haalt
het andere uit, zet het voort, zwakt het af. Een oeuvre is een
spiegelpaleis, wie er zich in waagt, zal nooit meer eenduidige beelden
zien. En er is geen weg terug. ‘You can check out any time you like, but
you can never leave’, zongen de Eagles. De paradox is nu dat Wanda
Reisel de lezer tot dit inzicht brengt met haar meest realistische boek
tot nu toe.
van
Theo Hakkert / Gepubliceerd: 14-02-2010